Niets bijdragen, behalve hetgeen er staat.


( Verdere eventuele info over dit weblog, helemaal onderaan de startpagina. Tevens vind je er blogs die ik volg en indien je deze blog wilt volgen, de volglijst.) En nu maar hopen dat er bezoekers zijn die dit lezen...





dinsdag

'Hoofdstuk Acht'.

( Het groene gezicht, Gustav Meyrink; blz. 154 )


Eva was van plan de volgende morgen vroeg haar tante Bourignon in het begijnhof op te zoeken om haar te troosten en dan de ochtendexpres naar Antwerpen te nemen, maar een brief die zij in haar hotelkamer vond, haastig neergekrabbeld en overdekt met sporen van tranen, deed haar van besluit veranderen.
De oude vrouw was onder de indruk van de catastrofe aan de Zeedijk blijkbaar totaal ingestort, en zij schreef dat ze vastbesloten was geen voet meer buiten het huis te zetten, voordat de eerste diepe smart gelenigd was en zij zich weer in zoverre goed zou voelen dat ze het gewoel der wereld, zoals ze het noemde, met nieuwe belangstelling tegemoet kon treden.
De slotzin, die uitmondde in de klacht dat een ondraaglijke migraine het haar onmogelijk maakte bezoek van wie dan ook te ontvangen, verried dat op het moment ernstige bezorgdheid omtrent het innerlijke evenwicht van de oude dame niet nodig was.

Eva nam snel het besluit haar bagage naar het station te laten brengen. Omstreeks middernacht ging er een trein naar België, die de portier haar had aangeraden, omdat die meestal veel minder druk was.
Zij deed alle moeite het onaangename gevoel dat de brief in haar teweeg had gebracht, van zich af te schudden. 
Zag het er dan zo in vrouwenharten uit? Zij had gedacht dat 'Gabriëlle' de slag nooit te boven zou komen.
In plaats daarvan - hoofdpijn!
'Wij vrouwen zijn het besef van al wat groots is kwijt geraakt', zei Eva vol bitterheid. 'In de gezapigheid van grootmoeders tijd hebben wij het in stompzinnige handwerkjes weggehaakt.'
In meisjesachtige angst drukte zij haar hoofd tussen haar handen.
'Zal ik ook eens zo worden? Het is een erbarmelijke schande vrouw te zijn.'

Gedachten vol tederheid, zoals die haar de hele rit van Hilversum tot in de stad gedreven hadden, wilden weer ontwaken. Het scheen haar toe of de hele kamer vervuld was van de zwoele geur van bloeiende linden.
Met alle kracht rukte zij zich daarvan los, ging op het balkon zitten en keek omhoog, naar de met sterren bezaaide avondhemel....

wordt vervolgd.

note; Dit keer zal ik het hele hoofdstuk acht in opeenvolgende citaten gedeelte voor gedeelte neerzetten om een beter zicht te krijgen op de sfeer van dit bijzondere boek. Bij het laatste gedeelte van de citaten is het aan te bevelen om a.h.w. onderaan dit afgeronde label, Gustav Meyrink; hoofstuk acht, te beginnen met lezen.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten