Niets bijdragen, behalve hetgeen er staat.


( Verdere eventuele info over dit weblog, helemaal onderaan de startpagina. Tevens vind je er blogs die ik volg en indien je deze blog wilt volgen, de volglijst.) En nu maar hopen dat er bezoekers zijn die dit lezen...





vrijdag

Hoofdstuk Acht.2.

vervolg van blz. 154.. Gustav Meyrink, Het groene gezicht.

...Met alle kracht rukte zij zich daarvan los, ging op het balkon zitten en keek omhoog naar de met sterren bezaaide hemel...

blz. 155
Vroeger, in haar kinderjaren, was het haar af en toe een troost geweest te bedenken dat daarboven een Schepper troonde, die zich over haar nietigheid ontfermde - maar nu drukte het als een schande op haar dat ze zo onbeduidend was.
Uit de grond van haar hart verafschuwde zij alle pogingen van vrouwen om op de gebied van het openbare leven de mannen te evenaren - maar hem die ze liefhad niets anders te kunnen schenken dan haar schoonheid, kwam haar armzalig en onbeduidend voor, meer iets vanzelfsprekends en niet de moeite waard er veel drukte over te maken.

De woorden van Shepardi dat er een koninklijke, verborgen weg bestond, waarop een vrouw haar echtgenoot meer zou kunnen schenken dan enkel aardse vreugde, waren haar als een lichtende straal van hoop - maar waar moest ze de ingang zoeken?
Beschroomd en vreesachtig probeerde zij daarmee een begin te maken, om door denken tot inzicht te komen wat ze zou moeten doen om zulk een weg te vinden, maar het bleef, zoals ze spoedig voelde, slechts een vruchteloos, zwakjes bedelen om licht bij de machten daar hoog boven de sterren, in plaats van de krachtige
worsteling om verlichting waartoe een man in staat zou zijn geweest.
Het tederste en toch diepste leed dat een jong vrouwenhart kan verteren: met lege voor haar geliefde staan en toch vervuld te zijn van het verlangen hem een wereld van geluk te schenken, maakte haar treurig en ongelukkig.
Geen offer zou haar te zwaar zijn geweest dan dat ze het niet juichend om zijnentwille zou hebben gebracht. Zij begreep met fijne vrouwelijke intuïtie dat het hoogste waartoe een vrouw in staat is, slechts het offer van zichzelf kon zijn, maar wat ze ook bedacht, het was, gemeten naar de maat van haar liefde, nietig, vergankelijk en kinderlijk..
Zichzelf in alles aan hem ondergeschikt te maken, hem van zijn zorgen te bevrijden, iedere wens uit zijn ogen te lezen - hoe gemakkelijk moest dat zijn. Zou zij hem daarmee echter gelukkig maken? Het ging niet boven het gewoon menselijke uit, en dat wat zij  zo graag zou wilde geven, moest meer zijn dan alles wat er maar te bedenken viel.
Wat zij vroeger slechts vaag begrepen had: de bittere smart van een ziel - rijk te zijn als een koning in het willen geven en arm als een bedelaar in het kunnen geven - stond nu in alle duidelijkheid voor haar en greep haar aan met intense huivering die eens aan de heiligen der aarde, dwars door de hoon en de grijns van de massa heen, de weg van het martelaarschap had gewezen....


wordt vervolgd


Geen opmerkingen:

Een reactie posten